Het beter onder controle houden van bloedglucosewaarden vormt een uitdaging. Om deze het hoofd te bieden, vertrouwen veel kinderen met type 1 diabetes op een insulinepomp.

Een insulinepomp is een klein apparaat, zo groot als een mobiele telefoon, dat gemakkelijk aan een riem gedragen kan worden en in een broekzak, jaszak of een heuptasje past.

Een insulinepomp geeft dag en nacht kleine hoeveelheden snelwerkende insuline af. Een insulinepomp kan het kind en de arts helpen bij het beter nabootsen van de manier waarop een gezonde alvleesklier basale insuline afgeeft aan het lichaam.

De pomp helpt het kind beter om te gaan met de behoefte aan aanpassing van de insulinedosering, voornamelijk na maaltijden en ´s nachts. Zo helpt de insulinepomp het kind om een betere controle te krijgen over zijn/haar bloedglucosewaarden.

Bij insulinepomptherapie hoef je alleen elke paar dagen de infusieset te verwisselen.

Nu doet Guzmán alles wat andere kinderen ook doen: zwemmen, en zijn favoriete sport voetballen. De insulinepomp heeft zonder twijfel de kwaliteit van leven van ons hele gezin verbeterd.

- ESTER, GUZMÁN’S MOEDER

HOE HELPT DE MINIMEDTM 640G-INSULINEPOMP BLOEDGLUCOSEWAARDEN ONDER CONTROLE TE HOUDEN?

Dosage plus simple

De Mi­ni­­MedTM­ 640G­­­-insu­li­ne­pomp dient gedu­­rende de dag minu­s­cule, nauwke­urig afge­meten insu­li­nedo­seri­ngen toe vanaf 0,025 u/uur. De arts stelt de exacte hoeveel­heid in op basis van de speci­fieke vere­isten voor nor­male lichaams­functies van het kind.

Minder injecties:

De inge­­­bouwde Bo­­lus Wi­­zardTM-fun­ctie te ge­b­ru­iken om te zorgen voor een nau­w­keurige dosering. Om de juiste dosering te bepalen, houdt deze functie rekening met de in het systeem aanwezige insuline, de huidige bloed­glucosewaarden, de inname van koolhydraten en persoonlijke instellingen.

Grote flexibiliteit:

Om de ba­­sale insu­­line aan te pa­­ssen ter co­mpensa­­tie van ho­gere of la­gere waa­rden ti­­jdens het sporten of tijdens ziekte.

Groot gebruiksgemak:

Om ge­pro­g­ra­mmee­rde insu­li­netoe­die­ni­ngen te annu­leren als het kind be­sluit om niet te eten of deel te nemen aan een eerder ge­pla­nde acti­viteit.